Kan een ontslag in crisistijd willekeurig zijn?
De economische redenen die de werkgever voor een ontslag kan inroepen, worden ruim geïnterpreteerd. De werkgever weet immers het best wat het belang van zijn onderneming precies inhoudt. In deze tijden van crisis zou men dan ook kunnen aannemen dat er vrijwel nooit een vergoeding wegens willekeurig ontslag betaald zal moeten worden. Maar hier is toch de nodige voorzichtigheid geboden, zegt Securex.
De werkgever die zich schuldig maakt aan een willekeurig ontslag van een arbeider, moet een forfaitaire vergoeding betalen die overeenstemt met 6 maanden loon. Deze vergoeding komt bovenop de vergoedingen die hij sowieso aan de werknemer verschuldigd is in geval van verbreking van de overeenkomst. Er is sprake van een willekeurig ontslag als het ontslag gebeurt omwille van redenen: die niets te maken hebben met de geschiktheid of het gedrag van de arbeider; die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming.
Noodwendigheden inzake de werking van de onderneming
De rechtspraak gaat er van uit dat de economische belangen van de werkgever primeren op die van de arbeider. De economische redenen die de werkgever voor een ontslag kan inroepen, worden dan ook ruim geïnterpreteerd. De rechter zal dus wel het bestaan van de ontslagreden nagaan, maar niet over de opportuniteit ervan oordelen[1]. De werkgever weet immers het best wat het belang van zijn onderneming precies inhoudt, wanneer bijvoorbeeld zijn onderneming gereorganiseerd dient te worden of de financiële lasten moeten worden verminderd. In deze tijden van crisis zou men dan ook kunnen aannemen dat er vrijwel nooit een vergoeding wegens willekeurig ontslag betaald zal moeten worden. Maar hier is toch de nodige voorzichtigheid geboden.
De bewijslast blijft ten laste van de werkgever Het gebeurt immers geregeld dat een economisch motief ingeroepen wordt, terwijl de werknemer in werkelijkheid om een totaal andere reden wordt ontslagen. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat een arbeider die ontslagen werd omwille van economische motieven, nadien vervangen wordt door een andere werknemer die aangeworven wordt voor exact dezelfde functie. Het economisch motief zal door de rechter dus niet zomaar aanvaard worden. De werkgever moet dus oppassen met het inroepen van economische redenen voor het ontslag. Hij moet immers nog steeds het bewijs leveren van de economische redenen.
Hoe kan hij dit bewijs leveren?
Dit kan aan de hand van boekhoudkundige documenten waaruit blijkt dat de omzet is gedaald of dat de schulden zijn gestegen. Ook de belastingaangifte waaruit de verliezen blijken, is nuttig. Verder kan het bewijs ook blijken uit brieven of rapporten in verband met het ontslag van grote klanten of het mislukken van ondertekening van grote contracten.
Oorzakelijk verband
Niet alleen het materiële bewijs van de economische reden is vereist. Er moet ook aangetoond worden dat het ontslag volgt uit die economische redenen. Zo zal bijvoorbeeld cijfermatig aangetoond moeten worden dat het ontslag van een bepaalde arbeider noodzakelijk was, omdat hij behoorde tot een verlieslatende afdeling.
Besluit
De werkgever zou kunnen denken dat hij in deze crisisperiode gemakkelijk economische redenen in kan roepen om een vergoeding wegens willekeurig ontslag te vermijden. Dit is dus niet helemaal correct. Hij zal deze redenen immers nog steeds moeten bewijzen.
__________________
[1] Arrest van het Hof van Cassatie van 14 mei 2001, arrest van het Hof van Cassatie van 4 februari 2002, arrest van het Arbeidshof van Brussel van 27 april 2009.
Tags: Crisis, crisis, Willekeurig ontslag

